Artikels
Louis Adriaenssens

15/12/2005



Louis Adriaensens, Grobbendonk





Louis Adriaenssen uit Grobbendonk is een echte kenner wanneer we spreken over het weduwschap. Vanaf de eerste tot de laatste vitessevlucht gunt hij zijn prijsbeesten geen rust. Het liefst speelt hij met de oude duiven . Op aandrang van oud-burgemeester John Smets en René Cambré is hij begonnen met het spelen met weduwnaars. Van deze twee mannen heeft Louis dan ook de knepen van het vak geleerd.
 
 
 
 





Tot op vandaag gebruikt hij nog steeds de tips die hij destijds gekregen heeft, met goede resultaten tot gevolg. Volgens Louis schuilt er geen geheim achter het feit dat hij van de eerste tot de laatste vlucht succesvol kan deelnemen. Hij dankt alles aan de verzorging van zijn duiven. Hiermee bedoelt hij dat je op uur en tijd eten en drinken moet geven. Verder zitten zijn duiven het hele jaar verdonkerd. Enkel wanneer de duiven moeten trainen, worden de gordijnen opengeschoven. Dit is alle dagen twee maal een uur.



Terwijl de duiven dan rond het hok vliegen, observeert Louis alles wat er in de lucht gebeurt zeer goed. Enkel zo kan je bepalen welke duiven potentieel hebben en welke niet. Het verdonkeren heeft voor Louis twee voordelen: eerst en vooral gaan de duiven minder snel ruiven waardoor hij dus langer kan meespelen. Ten tweede zien de weduwnaars de jonge duiven niet zitten. Hierdoor kunnen ze dan ook goed en voldoende rusten. Toch is het niet vanzelfsprekend om je duiven van half mei tot eind augustus laten mee te vliegen, inclusief 12 halve fondvluchten. Op het einde van het seizoen hebben de duiven dan nog maar 1 à 2 pennen gestoten.


De kunst hierachter weet Louis zelf niet, maar hij kan ons wel vertellen welk systeem hij toepast. Eind november begint Louis met het koppelen van de duiven. Elk koppel moet 1 duif grootbrengen en op 15 januari word alles afgenomen. Zolang de duiven met kinderen liggen, worden ze constant vastgehouden. Vanaf 15 januari moet de weduwnaars dan ook terug beginnen trainen, met goed weer weliswaar. Als jonge duif krijgen ze bijna geen opleiding. Er worden 15 à 17 jonge duivers geselecteerd op afstamming. Deze vliegen enkel 2 keer Quievrain en 2 keer Noyon.


Als jaarling hebben de duiven geen achterstand opgelopen volgens Louis, je moet er wel meer geduld met hebben en zelf meer gaan oplaten. Een duif op het hok van Louis gaat gemiddeld 5 jaar mee. Het systeem voor het inkorven gaat als volgt: de duivin wordt opgesloten in een halve bak. De duiver mag zijn duiven slechts even zien en gaat dan de korf in. Bij thuiskomst mag de duiver 10 à 15 minuten bij zijn duivin. Voor de halve fond is dit wel een uur tot twee uur. Voor het inkorven is er een streng toezicht, bij thuiskomst is er geen controle. Alles is wel afhankelijk van de vlucht en het weer.


En hoe verder het seizoen vordert, hoe langer het koppel mag samenblijven. Wat de verzorging betreft, heeft Louis een vast schema voor de vitesse. Op zondag bij de thuiskomst krijgen de weduwnaars honing in het drinken. Op maandag krijgen ze Aviol, op dinsdag thee, en woensdag vitamines van de veearts. De rest van de week krijgen ze zuiver water. 


Voor de halve fond wordt dit schema ook toegepast. Wat het eten betreft, krijgen de duiven zondag en maandag een mengeling van dieet en zuivering. De rest van de week gewoon vlucht. Elke duif krijgt welgeteld 1 soeplepel eten. De duiven van de halve fond krijgen enkel vlucht in de voederbak.


Op het eten wordt ook biergist en look gedaan. Verder krijgen de duiven minstens 2 keer per week een bad met badzout. Louis vertelt ons ook dat het belangrijk is goede hokken en goede soort te hebben. Hij heeft beide.


Soort heeft hij vooral van Dirk Van Dyck (lijn Kannibaal en Rambo), Van Laer Gebroeders en Van de Velde Marina. Zijn eigen soort is vooral gebaseerd op de lijn van “Den Klamper”: 18 keer 1e prijs, “De Witte”: 38 keer 1e prijs, “De Matedor”: 14 keer 1e prijs, “Den Eenpoot”: 4 keer 1e prijs en “De Superas: 8 keer 1e prijs”.


Op 12 jaar tijd won Louis dan ook maar liefst 330 eerste prijzen waarvan 320 met de weduwnaars, werd hij 11 keer algemeen kampioen in Grobbendonk (3 keer keizer), 5 keer algemeen kampioen in Viersel (1 keer keizer) en werd hij provinciaal kampioen en nationaal kampioen Ave Regina  met zijn “Eenpoot”.
 

Advertenties

 

 

Poll