Vader en zoon Opsomer worden vaak Barcelonaloft genoemd. Hiervoor moeten we naar Maarkedal, een landelijk dorp nabij Oudenaarde in het hart van de Vlaamse Ardennen. Volgens wielerminnend Vlaanderen is het daar steeds Vlaamse kermis op de dag van de “Ronde van Vlaanderen”.
.jpg)
Zoon Nic en vader José Opsomer.
In diezelfde regio vinden we het sympathieke vader - zoon duo José en Nic Opsomer.In 2008 wonnen ze nog de Crackduif zware fond. We noteren “de terechte” winnaars als men weet dat ze Eric Limbourg en Marc De Cock voorafgingen. Bij het binnenkomen kon men onmiddellijk zien dat men met een topkolonie te maken had. De verschillende ingekaderde foto’s, trofeeën en de prachtige Gouden Ring (met plezier gedragen door Nic’s vrouw) verklappen de verschillende nationale en zelfs internationale overwinningen. Massa’s krantenknipsels op tafel dienden alsnog voor bewijsmateriaal mocht er nog enig twijfel zijn.
40 jaar topprestaties
1969 1ste Internationaal Barcelona
1972 1ste Nationaal Brive
1981 1ste Nationaal Argenton
2000 1ste Nationaal Barcelona
2003 3de West European Marathon
2006 4de Asduif Championship IFC 4000
2008 1ste crackduif zware fond Duivenkrant
Inderdaad, bijna een halve eeuw topprestaties op het hoogste niveau. Ook niet te vergeten zijn de nationale titels en topprijzen die behaald werden met de Opsomerduif op andere hokken.
1972 1ste Nationaal St-Dizier bij Van Putten te Putten (NL)
1980 1ste Nationaal Barcelona bij Herman VD Sijpe te Lede
Zeker te vermelden is de vriend des huizes Arthur Botteldoorn, waar de kolonie voor 100% gebaseerd is op de Opsomerduif. Op nationale vluchten weet Botteldoorn met een beperkte ploeg jaar na jaar top 100 noteringen te spelen, waarvan de 23ste nationaal St-Vincent 2008 de recentste is (kleinzoon van de Zwarte Gomaar 520/97 1 nat Barcelona‘00).
Stamopbouw
Om dergelijke exploten te vliegen moet men een stevig ras onder de pannen hebben met een flinke dosis mordant. Met enige fierheid vertelde José dat anno 2009 nog steeds de oude soort de plak zwaait op het hok.
Medio de jaren ’60 is José van start gegaan met duiven van Gomaar Horemans. Deze werden gekruist met een duivin van Desmet-Matthys en leverden de internationale Barcelona-winnaar op in ’69. Deze duif werd het jaar nadien helaas verspeeld op Barcelona.
In ’70 was er de inbreng van Jozef Portois (Ronse)x de oude soort van Horemans. Deze koppeling bezorgde José 2 nationale overwinningen, nl. Brive en Argenton.
Nadien krijgen we de pater familias van het hok, de Zwarte Gomaar 4081376/90, zelf 5de asduif fond ’94 Belgische Duivensport en een typische Horemansduif. Uit deze klepper gekoppeld aan een geschelpt Carteus duivinneke 4025250/92 (dochter van de ‘Perpignan 071/80’, 2de nationaal Perpignan) komt de 1ste nat Barcelona ’00, de Zwarte Gomaar 520/97. Vanuit deze klasbak gaan we naar de huidige generatie toppers van het hok José en Nic Opsomer:
- Golden Ring 4254447/05 1ste Crackduif zware fond 2008 van de Duivenkrant met als topper de 56ste nat. Pau ’08. Een goedgepluimde duif met een ijzersterk gebeente. Een typische fondduif.

- Den Boom 4075615/03 die won de 4de Asduif Championship IFC 4000 in 2006 met o.a. 43ste nat 4534d Dax ‘05, 107de nat 2052d Pau ‘06 en 163 nat 5183d Dax’06. Hij is een zoon van de zwarten notaris Jan Dons X dochter 1ste nat Barcelona 4194750/01.
- Narbonne Gomaar 4238717/06 is een zoon van 1ste nat Barcelona X kleindochter Laureaat Barcelona van Gijselbrecht 4361256/01.
Deze topper won met bravoure de 2de nationale Narbonne ’08.
Stuk voor stuk klasbakken waar we in de toekomst nog zullen van horen.
Hoe gebeurt de “soignatie” van het hokbestand?
Men beschikt over 18 kweekkoppels die momenteel in overdekte volières vertoeven. Opmerkelijk is dat alle duiven hier op zeer éénvoudige hokken verblijven. Zuurstof troef, volgens José. De kweekduiven krijgen alle dagen hun volle goesting van een goedkope mengeling. Qua drinken krijgen ze in de ruiperiode hoofdzakelijk thee met muitzaad en voor het aanvatten van de kweek, koppeling eind november, een kuur tegen coccidiose en trichomonas. Een 60-tal jongen worden gespeend en geleerd tot en met Bourges. Enkelingen haspelen de verdere nationaals nog af. Aan de prestaties van jongen wordt hier niet veel aandacht geschonken. Duivers die goed in de hand liggen en van goede origine zijn, krijgen een plaatsje op het vlieghok. Daar vinden we 16 oude en een 20-tal jaarse duivers terug. Wat voor een fondkolonie op zich enorm weinig is. "Ge moet met een “lang” mes op uw hok durven gaan dan zult ge nooit met een leeg bakske in een zak ’t lokaal moeten binnen gaan", vertrouwde José me toe. Kweken, spelen en streng selecteren zijn de fundamenten van het succes. Dit seizoen hebben José en Nic ook met een aantal duivinnen gespeeld, dit gaf niet het verhoopte resultaat, waardoor in de toekomst enkel met duivers zal worden verder gespeeld. De weduwnaars worden op weduwschap gespeeld en doen niet aan winterkweek. Enkel einde seizoen mogen ze één jong grootbrengen.

De sprookjesachtige hokken.
Eind maart komen ze samen om een 5-tal dagen te broeden, en zo worden de voorbereidingsvluchten aangevat. Die periode mogen ze enkel ‘s avonds om 17u30 buiten komen en zijn verplicht 1 uur te trainen. Als het weer warmer wordt vliegen ze ook ’s morgens uit. Zo reduceert men de kans op dikke koppen. Wanneer ze 2 maal daags uitvliegen, houdt men zich niet aan dat één uur, maar mag ieder zijn gang gaan. Volgens Nic: “Als de Narbonne Gomaar 717/06 de 2de nationale Narbonne 08 een uur op de lantaarnpaal gaat ronken dan is het tijd om de portefeuille boven te halen.” Een andere topper is den Boom 615/03 de 43ste nat Dax '05. Zijn naam spreekt voor zich waar men die kon vinden. Dus trainen tot de stukken er vanaf vliegen voor de inkorving is hier zeker niet van tel. De weduwnaars krijgen steeds een goedkope sportmengeling via een gemeenschappelijke voederbak die 10 à 15 minuten blijft staan alvorens naar de duivinnen te gaan. Bij het opvoederen van de duiven doet men beroep op een sportmengeling van Vanrobaeys die de duiven van de nodige energie voorziet. Qua drinken krijgen ze om de 4 weken een kuur tegen coccidiose en trichomonas samen. Tegen kopziektes wordt enkel iets gegeven en dit op aanraden van de dierenarts die echter zelden wordt bezocht. Het drinken gebeurt ook via een gezamenlijke fontein die in het vliegseizoen nooit wordt schoongemaakt. Nic: ”De forme van weduwnaars zit in de fontein”. Na het seizoen staat er uitsluitend thee met muitzaad op het programma.
Door hun drukke werkzaamheden in hun beenhouwerij zijn ze genoodzaakt om op de éénvoudigste manier hun duiven te soigneren. En laat ons eerlijk zijn, het loopt als een trein.

Prachtig uitzicht op Maarkedal, in het hart van de Vlaamse Ardennen.















