Pitts-globePitts-loginPitts-premiumPitts-registerPitts-search

Jonas (3)

Geplaatst op 07/03/2018, Auteur: Pitts


Lien had vreemd opgekeken toen haar echtgenoot terug was van bij de buurman met het nieuws dat die van zijn tweede kweekronde wel enkele jongen kon missen. In tegenstelling tot haar had Mark helemaal niks met duiven. In het gezin waar Mark opgroeide, was er geen interesse in huisdieren noch sport, laat staan in een combinatie van beiden. Lien zelf was wel de dochter van een duivenmelker. Haar vader en haar broer waren fanatieke spelers van de verre afstanden geweest. En als tiener had Lien een aantal jaren de jonge duiven verzorgd. Dat had ze heel fijn gevonden, maar daarna volgden de hogere studies en werd de interesse voor duiven ingeruild voor jongens.

Maar nadat ze reeds op jonge leeftijd hun moeder hadden verloren, was een aantal jaren geleden ook vader overleden. Het ouderlijk huis werd verkocht, de duiven weggeschonken. Broer speelde wel mee met vader, maar woonde zelf op een appartement. Gezien zijn job een dagtaak was in de hoofdstad ver weg, restte er geen tijd om dieren te verzorgen bij daglicht. Tenminste, niet in de winter. Lien bedacht dat vijf jaar na het overlijden van haar vader, zijn schoonzoon en zijn kleinzoon duiven zouden  gaan houden. Hij zou ongetwijfeld verwonderd geweest zijn, maar ook fier . Hij had hen zeker met raad en daad bijgestaan, al zou hij zich nimmer bemoeid hebben. Zo was haar vader niet.

Die woensdag 21 februari had Mark een vrije dag. Hij wachtte op zijn zoontje Jonas en diens vriend Bram aan de schoolpoort. Terwijl Jonas enthousiast over de schooldag vertelde, reed de wagen naar een dierenspeciaalzaak in de buurt. Bram bevestigde de verhalen van zijn vriend. De schooldag was schijnbaar verlopen zonder opvallende gebeurtenissen waarbij bijvoorbeeld ruiten sneuvelden.

Aangekomen bij de dierenspeciaalzaak vergaapten de jongens zich aan de aanwezige diertjes. Ze zagen cavia’s, konijnen, eendjes en kippen. Wat verderop zat een hele verzameling zangvogels en parkieten in alle kleuren van de regenboog. Mark slenterde de zaak door en gunde de meeste dingen een blik waardig. Maar zijn ogen bleven zoeken tot dat ze hadden gevonden wat hij zocht. Dat gebeurde achteraan in de winkel tussen de honden- en kippenhokken.

Het prijskaartje was niet mals, maar dat duivensport goedkoop was, had nooit iemand beweert. Uiteraard kosten alle hobby’s geld, dus is het anderzijds absurd dat men zich hoopt rijk te maken met duiven. Een rit van een wielertoerist of een avondje cinema brengt ook geen geld op. Mark riep de jongens en vroeg hen welk huisje zij het mooiste vonden. “Ik vind dat rode kot wel mooi, paps!”, zei Jonas. Bram knikte goedkeurend.

Het hokje paste maar net in de wagen en het gezelschap zette koers naar huis. Na het middagmaal gingen Mark en de twee kapoenen aan het werk. Jef was er bijgekomen met het juiste werkmateriaal. Eerst werd een tamelijk die gat in de grondgemaakt, waarin een vierkante houten paal kwam. Hierop kwam dan het hok op een zodanige hoogte dat Mark en Jef er makkelijk bij konden bij het uitlaten van de duiven of het schoonmaken van het hokje. Voor Jonas was dit natuurlijk te hoog, maar Jef had al iets in elkaar geknutseld waar Jonas kon opklimmen om makkelijk bij het hokje te kunnen.

Na enige tijd zwoegen stond het hokje mooi te blinken in de achtertuin in de winterzon. Met de vriestemperaturen was het geen sinecure geweest om de paal in de grond te krijgen. Maar met verenigde krachten was de klus geklaard. “Dan nu de volgende stap in het verhaal.”, zei Jef. “De duiven”, juichte Jonas luid. Mark en de jongens volgden Jef naar zijn hokken. Op de afdeling waar hij die ochtend zijn tweede ronde had gespeend, lagen 27 jonge duiven. “Ik heb er 25 van de eerste en 27 van de tweede ronde”, zei Jef: “Van 15 koppels mag ik zeker niet klagen. Maar zoals gezegd, ga ik wel afbouwen. Ik denk dat er na dit seizoen nog maximum 10 koppels zullen overblijven!”

“Dan nu het moment suprême!”, vervolgde Jef: “Jonas, kies de twee duifjes, die jij het mooist vindt!” “Mag ik echt kiezen?”, keek hij vragend naar zijn vader. “Doe maar jongen!”, gebaarde deze. Jonas keek naar al die duiven, met allemaal mooie kleuren. “Dat vind ik de mooiste!”, riep hij uit, terwijl hij naar een rode duif wees.  “Prima keuze! Hij komt uit de lijn van mijn Rode Pijl!”, vertelde Jef fier. De oude man pakte het duifje en liet het aan Mark keuren. Deze gaf toe er eigenlijk niets van te kennen. Jef bevestigde dat er aan jonge duifjes weinig te keuren viel, enkel of ze gezond waren en dat bleek het geval te zijn.

Ondertussen gingen Jonas’ ogen starend over de andere jonge duiven. Ze hielden halt bij een sneeuwwit duifje. “Dat wit duifje daar!”, wees hij enthousiast. “Je zoon is een kenner! Dit is een dochter van mijn Witte Spurtbom”, glunderde Jef terwijl hij het jong tussen de bende uitviste en daarna aan Mark gaf. Die het even later in de mand bij het rode duifje stak. “Ik stel voor dat het ander manneke ook twee duiven kiest!”, wees Jef daarna naar Bram.

“Ja, Brammetje! Kies ook twee mooie duifjes!”, juichte Jonas. “Maar meneer,”, stamelde de bedeesde Bram: “wij hebben thuis helemaal geen duivenhok!” Jef lachte: “Ze mogen hiernaast bij Jonas blijven en dan kunnen jullie ze samen verzorgen als je langs komt!” “Joepie!”, riep Jonas uit. Bram koos voor een fijn pikzwart duifje en een grote witte met zwarte spikkels. Jef gaf ze telkens in de hand van Mark met wat duiding over de afkomst. “Goed, ik heb dat hokje gezien. Ik denk dat er plaats is voor zes duiven. Dus, Mark, nu is het aan jou.”, besloot Jef.

“Jef, ik ken daar niks van. Zou je de uitdaging aandurven om me er telkens één uit je beste koppels te geven?”, kaatste Mark de bal terug. “Luister, Mark, ik ga daar open over zijn. Hier komen ze niet zomaar in de kweekploeg. Het gaat meestal om bewezen weduwnaars, in het geval van de doffers. De duivinnen zijn meestal dochters uit goede vliegers, die zich als jonge duif of jaarse hebben bewezen. Maar ik ga je een zoon uit mijn beste kweekkoppel geven en een dochter uit het tweede beste koppel aan de hand van kweekresultaten in het verleden. Let wel, Mark, garantie biedt dit nooit!”, verklapte Jef zijn manier van werken.

Uit de groep nam Jef nog een blauw duifje met enkele witte veren en dan nog een vale duif. “Hiermee heb je zes verschillende kleuren, zou zijn ze makkelijk herkenbaar. Nu moeten jullie hen nog maar een naam geven. Ik denk dat de grote witte met spikkels, de vale en de rode doffertjes zijn, het zwart, wit en blauw witveertje zijn vermoedelijk duivinnetjes.”, instrueerde de grijsaard. Bram en Jonas bleven zich er over verwonderen dat dit “blauw” helemaal niet leek op het blauw waarmee zij kleurden op school.

’s Avonds wanneer de kinderen naar bed waren, zaten Mark en Lien samen tv te kijken.  “Zou je niet aan je broer laten weten, dat Jonas duivenmelker is geworden?”, vroeg Mark. “Ik heb hem al bijna twee jaar niet meer gehoord”, knorde Lien. “Reden te meer om de dingen bij te leggen!” vond Mark. Lien reageerde niet en keek koppig verder naar haar feuilleton. Mark drong niet aan en ging even later slapen. Het was een bewogen verlofdag geweest, maar morgenvroeg zouden de klokken snel weer luiden.

Voor het slapengaan sms’te Lien: “Hoi broertje, je petekind is sinds vandaag duivenmelker met zes duifjes. Groetjes”. Ergens op een appartement lichtte een gsm op. Maar het geluid stond af en de bezitter stond onder de douche. Hij zou pas de volgende ochtend ontdekken dat er opnieuw duiven in de familie waren.

 

 


Naar overzicht van reportages

Reageren


Om te reageren dient u aangemeld te zijn.
Terug naar boven